4. Instructie voor zelfwerkzaamheid
gepubliceerd op 21 april 2020
Zelfwerkzaamheid is belangrijk om de leerstof te verwerken en vraagt om een heldere instructie. “Maak nu de opdrachten van paragraaf 6.4 die je nog niet af hebt”, volstaat niet. Als je wilt dat je studenten echt aan het werk gaan, daar iets van leren en niet meteen met vragen zitten, verdient het aanbeveling om een volledige instructie te geven. Die bevat de volgende informatie[1]:
- Waartoe: waartoe dient de opdracht; wat is het belang en de betekenis ervan?
- Wat: wat is de opdracht?
- Hoe: hoe moet er gewerkt worden en de opdracht uitgevoerd worden?
- Hulp: welke hulp is er en waar?
- Tijd: hoeveel tijd is er?
- Uitkomst: wat gebeurt er met de uitkomst(en)?
- Klaar: wat moet er gebeuren als de student klaar is; zijn er aanvullende of extra opdrachten?
Een volledige instructie biedt helderheid en houvast aan studenten en helpt de docent bij het ontwerpen van onderwijs. Het dwingt over alle aspecten van opdracht(en) die studenten bij de verwerking van leerstof moeten maken na te denken. Maak daarom een dia die je kunt hergebruiken, bijvoorbeeld met een tabel die je steeds kunt kopiëren en opnieuw invullen. Als je een volledige instructie geeft, laat dan de stap ‘wat’ als laatste zien. Anders ben je je studenten meteen kwijt, want die beginnen zonder verder te luisteren.
Gebruik toepassingen
Je kunt je instructie voor zelfwerkzaamheid uitwerken op een dia in een (interactieve) presentatie of op een interactief whiteboard in een online lesruimte. Ook is het mogelijk er een screencast of interactieve video van te maken. Verstandig is om de volledige instructie op te nemen in een interactieve opdracht.
Verdieping
- Wijze lessen, bouwsteen 5, blz. 95
- Leerstof verwerken met leertechnologie, blog
Bronnen
[1] Ast, M. van, Loor, O. de, Spijkerboer, L., Ebbens, S. en Ettekhoven, S. (2020). Effectief leren. De docent als regisseur. Groningen: Noordhoff